De medewerker gaat, vanaf de datum waarop het toegekende verzoek ingaat 60% van de uren volgens aanstelling werken zonder dat de omvang van de aanstelling wordt aangepast.
Er wordt buitengewoon verlof verleend voor 40% van de uren volgens aanstelling.
De arbeidstijd wordt 21,6 uur per week.
Bij 60% werken en 40% buitengewoon verlof wordt 80% van het oorspronkelijke salaris **) en de salaristoelagen betaald.
De pensioenopbouw gaat volledig door. De pensioenpremie, zowel het werkgevers- als het werknemersdeel, over het buitengewoon verlof waarover geen salaris en salaristoelagen wordt doorbetaald, komt voor rekening van de werkgever. Het voorgaande leidt er toe dat de medewerker gedurende de periode dat hij gebruik maakt van de regeling 60-80-100 80% van zijn salaris en salaristoelagen ontvangt en ook over deze 80% zelf het werknemersaandeel in de pensioenpremie betaalt.
Gedurende de periode waarin betrokkene gebruikt maakt van de regeling 60-80-100 wordt het verlof teruggebracht tot 60% van het verlof dat hoort bij de uren volgens aanstelling.
Wanneer de medewerker die gebruik maakt van de regeling 60-80-100 langdurig arbeidsongeschikt wordt wegens ziekte, vindt er een vermindering plaats van het salaris en de salaristoelagen op grond van het bepaalde in artikel 7:3 van de CAR. Hierbij wordt uitgegaan van het oorspronkelijke salaris **) en salaristoelagen en geldt dat dit stapsgewijs wordt teruggebracht tot 70% van het oorspronkelijke salaris **), conform het bepaalde in artikel 7:3 van de CAR/UWO, maar bedraagt deze nooit meer dan het bedrag dat de ambtenaar ontving met toepassing van deze regeling.