Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5

Artikel 2.5.30

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

Onderdeel van Bouwverordening gemeente Goes 2016

1.. Indien de omvang of de bestemming van het gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Of in voldoende mate ruimte is aangebracht wordt bepaald aan de hand van in het vigerende bestemmingplan opgenomen parkeernormen, dan wel, indien deze ontbreken, aan de hand van in het vigerende gemeentelijke beleid opgenomen parkeernormen. Onder het vigerende gemeentelijke beleid wordt verstaan het Parkeerbeleidsplan 2009-2020, vastgesteld door de gemeenteraad op 18 februari 2010, of indien dit is herzien, de laatst vastgestelde beleidsnota aangaande parkeren. 2.. De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen. 3.. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 4.. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde lid: indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; of indien de te verwachten parkeerbehoefte als gevolg van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, minder dan vijf parkeerplaatsen bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel