**1..** Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij de
commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
werkwijze te herinneren. De commissievoorzitter kan korte
interrupties toestaan.
**2..** Wanneer een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
veroorlooft, afwijkt van het onderwerp dat in behandeling is, dan
wel anderszins de orde verstoort, roept de commissievoorzitter hem
tot de orde. Als het desbetreffende lid daaraan geen gehoor geeft,
kan de commissievoorzitter hem het woord ontnemen. Dat lid kan dan
over het onderwerp dat in behandeling is in dezelfde vergadering
niet meer het woord voeren.
**3..** De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen termijn schorsen en, indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
sluiten.
Hoofdstuk
Artikel 21
Handhaven van de orde raadscommissies
Onderdeel van Verordening Werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016