**1..** De leden richten zich tot de voorzitter.
**2..** De leden voeren slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd
en van deze verkregen te hebben. Zij houden zich daarbij aan de
spreektijdregeling.
**3..** Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord tenzij de
voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
werkwijze te herinneren. De voorzitter kan korte interrupties
toestaan.
**4..** De leden die over een voorstel het woord willen voeren, maken dat
bij het begin van de beraadslaging daarover aan de voorzitter
kenbaar. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de leden spreken.
**5..** Van de volgorde kan worden afgeweken wanneer een lid het woord
vraagt over een persoonlijk feit, over de opheldering van een
onduidelijkheid in een aan de orde zijnde ontwerpbesluit of om een
voorstel van orde te doen.
**6..** De voorzitter verleent het woord over een persoonlijk feit niet dan
nadat het betrokken lid een beknopte aanduiding van dat feit heeft
gegeven.
**7..** Het in het eerste tot en met het derde lid gestelde geldt ook voor
de anderen die het woord (mogen) voeren in de vergadering, tenzij de
voorzitter anders bepaalt.
Hoofdstuk
Artikel 35
Spreekregels raadsvergadering
Onderdeel van Verordening Werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016