**1..** Ieder lid dat ter vergadering aanwezig is en zich niet van deelname
aan stemming moet onthouden, is verplicht zijn stem uit te brengen.
**2..** Nadat de beraadslaging is gesloten, vraagt de voorzitter of stemming
wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de
voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen.
**3..** Wanneer wel stemming wordt gevraagd, wordt gestemd bij handopsteken,
tenzij een raadslid/meerdere raadsleden een hoofdelijke stemming
wenst/wensen.
**4..** Bij een hoofdelijke stemming stemt elk lid door het woord ‘voor’ of
‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. De griffier roept
de leden bij hun naam op tot het uitbrengen van hun stem in
alfabetische volgorde, te beginnen bij het lid waarvan bij aanvang
van de vergadering de naam is bepaald door trekking van zijn of haar
nummer op de alfabetische lijst van raadsleden. Heeft een lid zich
bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze
vergissing nog herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd of,
wanneer hij het laatst opgeroepen lid is, voordat met het tellen van
de stemmen is begonnen.
**5..** Ieder lid kan aantekening in de notulen vragen dat hij zich bij het
uitbrengen van zijn stem heeft vergist, dat hij geacht wil worden
tegen het voorstel te hebben gestemd of dat hij niet aan de stemming
heeft deelgenomen.
**6..** De voorzitter deelt na afloop van de stemming de uitslag mede, met
vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
doet ten slotte mededeling van het genomen besluit.
Hoofdstuk
Artikel 37
Stemmen over zaken
Onderdeel van Verordening Werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016