**1..** De commissie kan in een vergadering op grond van een belang genoemd
in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur geheimhouding
opleggen omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de
inhoud van de stukken die aan de commissie worden overlegd.
Geheimhouding omtrent het in een vergadering behandelde worden door
allen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de
commissie haar opheft. De leden van de raad kunnen desgewenst inzage
krijgen in stukken waaromtrent door de commissie geheimhouding is
opgelegd: in dat geval nemen zij op gelijke voet met de leden van de
commissie de opgelegde geheimhouding in acht.
**2..** Op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet
openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college van
burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder ten aanzien van
stukken die zij aan de commissie overleggen. Daarvan wordt op de
stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen
totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, haar opheft.
Hoofdstuk
Artikel 58
Geheimhouding rekeningencommissie
Onderdeel van Verordening Werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016