**1..** De commissie kan in een besloten vergadering op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overlegd. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde, wordt door allen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de commissie haar opheft.
Geheimhouding kan door de commissie alleen worden opgeheven in een besloten vergadering. De overige leden van de raad kunnen desgewenst inzage krijgen in stukken waaromtrent door de raadscommissie geheimhouding is opgelegd: in dat geval nemen zij op gelijke voet met de leden van de raadscommissie de opgelegde geheimhouding in acht.
**2..** De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen uitsluitend voor de leden van de raadscommissie ter inzage bij de griffier. In de eerstvolgende besloten vergadering worden ze aan de commissie aangeboden ter vaststelling.
**3..** Op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de commissie overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen, totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft.
Hoofdstuk
Artikel 22
Geheimhouding
Onderdeel van Verordening werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016