Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 37

Stemmen over zaken

Onderdeel van Verordening werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016

1.. Ieder lid dat ter vergadering aanwezig is en zich niet van deelname aan stemming moet onthouden, is verplicht zijn stem uit te brengen. 2.. Nadat de beraadslaging is gesloten, vraagt de voorzitter of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen. 3.. Wanneer wel stemming wordt gevraagd, wordt gestemd bij handopsteken, tenzij een raadslid/meerdere raadsleden een hoofdelijke stemming wenst/wensen. 4.. Bij een hoofdelijke stemming stemt elk lid door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. De griffier roept de leden bij hun naam op tot het uitbrengen van hun stem in alfabetische volgorde, te beginnen bij het lid waarvan bij aanvang van de vergadering de naam is bepaald door trekking van zijn of haar nummer op de alfabetische lijst van raadsleden. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd of, wanneer hij het laatst opgeroepen lid is, voordat met het tellen van de stemmen is begonnen. 5.. Ieder lid kan aantekening in de notulen vragen dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist, dat hij geacht wil worden tegen het voorstel te hebben gestemd of dat hij niet aan de stemming heeft deelgenomen. 6.. De voorzitter deelt na afloop van de stemming de uitslag mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet ten slotte mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel