Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 45

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Verordening werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016

1.. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, die ze zo spoedig mogelijk ter kennis brengt van de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 2.. Burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester beantwoorden schriftelijke vragen zo spoedig mogelijk en in de regel binnen zes weken nadat de vragen bij hen zijn binnengekomen. 3.. De vragen en antwoorden worden aan de leden toegezonden en openbaar gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel