Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Gemeente Venray 2012

1.. De houder van een inrichting dient ten minste twee weken voor de aanvang van een festiviteit waarvoor een verruiming van de geluidsvoorschriften nodig is, een individuele ontheffing van de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening aan de vragen. kan maximaal vier verruimingsdagen aanvragen indien: geen akoestisch onderzoek is uitgevoerd of de resultaten niet beschikbaar worden gesteld; uit een akoestisch onderzoek niet blijkt bij welk zendniveau daarvan binnen de inrichting aan de van toepassing zijnde geluidsnorm kan worden voldaan of; uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het aangetoonde zendniveau gelijk is aan of lager is dan 80 dB(A). kan, van de onder b genoemde aantal dagen, maximaal twee verruimingsdagen aanvragen voor het ten gehore brengen van muziek buiten de inrichting. kan recht hebben of meerdere dagen dan genoemd in het eerste lid onder b, indien uit een akoestisch onderzoek blijkt dat het zendniveau binnen de inrichting hoger is dan 80 dB(A). Voor het aantal toegestane verruimingsdagen, boven op de in lid b genoemde dagen, wordt verwezen naar de Regeling 'Geluid bij horeca, horecagerelateerde festiviteiten en evenementen'. 2.. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 eerste lid van het Besluit niet van toepassing is. De houder van een inrichting dient ten minste twee weken voor de aanvang van een festiviteit waarvoor een ontheffing van voorschrift 4.113 nodig is, deze aan te vragen. 3.. Het college stelt een formulier vast voor het verzoeken om een ontheffing. 4.. Het verzoek om ontheffing wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.. Het college kan op verzoek van de inrichtinghouder een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaan. 6.. Bij festiviteiten die buiten de inrichting plaatsvinden, bedraagt het equivalente geluidsniveau [LAeq] gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter, niet meer dan 80 dB(A) en/of 93 dB(C). Dit is inclusief onversterkte muziek. festiviteiten die binnen de inrichting plaatsvinden, bedraagt het equivalente geluidsniveau [LAeq] gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter, niet meer dan 60 dB(A) en/of 73 dB(C). Dit is inclusief onversterkte muziek. de vaststelling van de waarden genoemd onder a en b wordt geen toeslag toegepast voor de avond- of nachtperiode en wordt geen straffactor voor muziekgeluid toegekend. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 7.. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk te worden beeindigd: om 24.00 uur, als na de festiviteit een werkdag volgt: om 01.00 uur, als na de festiviteit het weekend volgt of een feestdag. 8.. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel