Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 54:

Toetreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant

1.. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of het dagelijks bestuur van een waterschap dat wenst toe te treden, dient hiertoe een verzoek in bij het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband. Het college van de desbetreffende gemeente of het dagelijks bestuur van het desbetreffende waterschap voegt hierbij het besluit tot toestemming van de gemeenteraad respectievelijk het algemeen bestuur van het waterschap als bedoeld in artikel 61, tweede lid van de wet. 2.. Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband brengt het verzoek ter kennis van het algemeen bestuur en geeft daarbij een advies over de toetreding. 3.. Toetreding kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe bij drie vierde meerderheid heeft besloten. 4.. Een lid kan in het algemeen bestuur slechts voor toetreding stemmen, dan nadat hij hiervoor de instemming van het college van de deelnemer die hem heeft aangewezen heeft verkregen. Dit college kan deze instemming pas verlenen na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan als bedoeld in artikel 61, tweede lid van de wet. 5.. Nadat een besluit als bedoeld in het derde lid is genomen, gaat de toetreding in op de eerste dag van het kwartaal met dien verstande dat tussen de toetreding en in het derde lid bedoelde besluit een periode van ten minste drie maanden gelegen is. 6.. Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen omtrent de toetreding van nieuwe waterschappen of gemeenten in een toetredingsprotocol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel