Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 56:

Wijziging

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant

1.. Het dagelijks bestuur, één of meer leden van het dagelijks bestuur en de colleges van de deelnemers kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2.. Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel aan de colleges van de deelnemers. 3.. Wijziging kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe bij drie vierde meerderheid heeft besloten. 4.. Een lid kan in het algemeen bestuur slechts voor wijziging stemmen, dan nadat hij hiervoor de instemming van het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen heeft verkregen. Dit college kan deze instemming pas verlenen na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan als bedoeld in artikel 61, tweede lid van de wet. 5.. Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing. 6.. De wijziging bepaalt zelf wanneer deze in werking treedt, met in acht neming van het hierom in artikel 26 en 27 van de wet bepaalde. 7.. In afwijking van het derde lid kan een wijziging van artikel 6, van artikel 14 eerste lid, van artikel 35, van artikel 47 vierde lid of van dit artikel slechts plaatsvinden bij een unaniem besluit van het algemeen bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel