Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is ontslagen
met ingang van 1 januari 2001 of later. (Zie ook artikel 10:29 lid
1)
Degene die voor 1 januari 1987 in het genot was van wachtgeld
als bedoeld in de toen geldende wachtgeldregeling, waarvan de
duur, nadat toepassing is gegeven aan artikel 10:25, tweede lid,
verstrijkt in de periode van 1 augustus 1991 tot en met 31
december 1995, heeft recht op een overgangsuitkering.
De duur van de overgangsuitkering is twaalf maanden, met dien
verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1996 eindigt. De
overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het
wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse
termijnen betaald.
De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk aan
het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer
kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon
verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel
8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag.
De overige artikelen van dit hoofdstuk zijn voor zoveel mogelijk
van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 10
Artikel 10:26
Overgangsbepalingen
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO) 2016 gemeente Borger-Odoorn