Hoofdstuk 10a is niet van toepassing op de ambtenaar die op of na 1
juli 2008 wordt ontslagen. (Zie ook artikel 10a:38 lid 1.)
Recht op een aanvullende uitkering heeft de betrokkene
die:
recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen
15 tot en met 21 van de Werkloosheidswet en
werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van
artikel 8:4, 8:5, 8:6, 8:7, onderdeel a of c, 8:8,
8:12.
Het recht op een aanvullende uitkering komt niet tot
uitbetaling indien en voor zolang de betrokkene ter zake van
eenzelfde ontslag recht heeft op suppletie, als bedoeld in
hoofdstuk 11a van de CAR.
Betrokkene, die terzake van een ontslag wegens
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens
ziekte recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een
aanvullende uitkering op het moment dat de mate van
arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt
vastgesteld dan 80% en hij daardoor recht heeft op een
uitkering krachtens de Werkloosheidswet.
Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in het derde lid, is
ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen, wordt het
recht op de aanvullende uitkering toegerekend aan de
dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is, naar
rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de
desbetreffende dienstbetrekkingen.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 2
Artikel 10a:2
Voorwaarden voor recht op uitkering/samenloop met suppletie
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO) 2016 gemeente Borger-Odoorn