Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

Medewerkingsplicht

Onderdeel van Beleidsregels integrale schuldhulpverlening 2016

De medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 7 van de wet geldt zowel bij de aanvraag als gedurende het traject integrale schuldhulpverlening. De medewerkingsplicht bestaat in ieder geval uit het: nakomen van afspraken in het kader van integrale schuldhulpverlening; meewerken aan het verkrijgen of behouden van een stabiel inkomen; meewerken aan een inkomenscheck en het ervoor zorg dragen dat de belastingaangiften van de laatste 5 jaar zijn ingediend over de jaren dat er inkomsten zijn geweest; meewerken aan budgetbeheer, budgetbegeleiding of cursussen voor zover dit – naar het oordeel van het college – noodzakelijk is voor het slagen van de integrale schuldhulpverlening of het voorkomen van terugval. Indien belanghebbende hier niet aan wenst mee te werken, dient hij/zij voor een passend alternatief te zorgen; meewerken aan het oplossen van de onderliggende oorzaak van de schulden, psychosociale problemen en/of verslavingsproblematiek als dat – naar het oordeel van het college - nodig is voor het slagen van de integrale schuldhulpverlening of het voorkomen van terugval; meewerken aan doorverwijzingen naar andere instanties ter ondersteuning van de integrale schuldhulpverlening; zich maximaal inspannen om de aflossingscapaciteit te verhogen; gebruiken van de beschikbare afloscapaciteit en vermogen voor de aflossing van schulden; stipt nakomen van de – in het kader van de integrale schuldhulpverlening - overeengekomen aflossingsverplichtingen; niet aangaan van nieuwe financiële verplichtingen en schulden zonder overleg met de Stadsbank; zich houden aan alle bepalingen en voorwaarden als genoemd in de overeenkomsten die belanghebbende in het kader van het traject integrale schuldhulpverlening met de Stadsbank sluit; nalaten van dat wat de voortgang van de integrale schuldhulpverlening belemmert.

Rechtspraak bij dit artikel