De medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 7 van de wet geldt zowel bij de aanvraag als gedurende het traject integrale schuldhulpverlening. De medewerkingsplicht bestaat in ieder geval uit het:
nakomen van afspraken in het kader van integrale schuldhulpverlening;
meewerken aan het verkrijgen of behouden van een stabiel inkomen;
meewerken aan een inkomenscheck en het ervoor zorg dragen dat de belastingaangiften van de laatste 5 jaar zijn ingediend over de jaren dat er inkomsten zijn geweest;
meewerken aan budgetbeheer, budgetbegeleiding of cursussen voor zover dit – naar het oordeel van het college – noodzakelijk is voor het slagen van de integrale schuldhulpverlening of het voorkomen van terugval. Indien belanghebbende hier niet aan wenst mee te werken, dient hij/zij voor een passend alternatief te zorgen;
meewerken aan het oplossen van de onderliggende oorzaak van de schulden, psychosociale problemen en/of verslavingsproblematiek als dat – naar het oordeel van het college - nodig is voor het slagen van de integrale schuldhulpverlening of het voorkomen van terugval;
meewerken aan doorverwijzingen naar andere instanties ter ondersteuning van de integrale schuldhulpverlening;
zich maximaal inspannen om de aflossingscapaciteit te verhogen;
gebruiken van de beschikbare afloscapaciteit en vermogen voor de aflossing van schulden;
stipt nakomen van de – in het kader van de integrale schuldhulpverlening - overeengekomen aflossingsverplichtingen;
niet aangaan van nieuwe financiële verplichtingen en schulden zonder overleg met de Stadsbank;
zich houden aan alle bepalingen en voorwaarden als genoemd in de overeenkomsten die belanghebbende in het kader van het traject integrale schuldhulpverlening met de Stadsbank sluit;
nalaten van dat wat de voortgang van de integrale schuldhulpverlening belemmert.
Hoofdstuk 4
Artikel 6
Medewerkingsplicht
Onderdeel van Beleidsregels integrale schuldhulpverlening 2016