Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.1

(Gewijzigde) Drank- en Horecawet

Onderdeel van Preventie- en Handhavingsplan Drank- en Horecawet

Zoals in paragraaf 1.1 al is aangegeven, is op 1 januari 2013 de gewijzigde Drank- en Horecawet in werking getreden. Met deze gewijzigde wetgeving wordt ernaar gestreefd om het alcoholgebruik onder voornamelijk jongeren terug te dringen, alcohol gerelateerde verstoringen van de openbare orde tegen te gaan en de administratieve lasten te verminderen. Om dit te bereiken, zijn de volgende wijzigingen in de wet doorgevoerd: De gemeenten hebben de toezichthoudende en handhavingstaken overgekregen van de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA) en zijn hier dus verantwoordelijk voor; De vergunningverlenende en handhavingsbevoegdheden zijn overgegaan van het college van b&w naar de burgemeester; De gemeenten hebben de verplichting om op grond van artikel 4 gewijzigde DHW een verordening vast te stellen voor para-commerciële horeca-inrichtingen (dorpshuizen, sportkantines e.d.). Deze verordening heeft als doel om oneerlijke concurrentie van para-commerciële horeca-inrichtingen ten opzichte van de reguliere horeca-inrichtingen te voorkomen, en; Strafrechtelijke handhaving tegen jongeren onder de 16 jaar wat betreft het verbod om op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig of voor consumptie gereed te hebben. Voorts is op 1 januari 2014 weer een wijziging van de Drank- en Horecawet in werking getreden. Deze wijziging ziet op: Het verhogen van de leeftijdsgrens van 16 jaar naar 18 jaar voor zowel zwak- als sterk alcoholhoudende dranken. Tevens zijn de jongeren onder de 18 jaar strafbaar wanneer zij alcoholhoudende drank bij zich hebben in de openbare ruimte. Dit geldt zowel op straat als op andere plekken die toegankelijk zijn voor publiek (bijvoorbeeld de kroeg, winkelcentrum, stationshal of park); Zoals onder het 1e opsommingsteken is aangegeven, wordt vanaf 1 januari 2014 geen onderscheid meer gemaakt tussen zwak en sterk alcoholhoudende dranken. Het nuttigen en in bezit hebben ervan door jongeren onder de 18 jaar is in beide gevallen niet toegestaan; De gemeenten moeten beschikken over een vastgesteld Preventie- en Handhavingsplan. In dit plan staat omschreven op welke wijze de alcoholpreventie en de handhaving onder de jongeren is vormgegeven en welke resultaten (doelen) hierbij moeten worden bereikt. De looptijd van het Preventie- en handhavingsplan is 4 jaren. In artikel 43a van de Drank- en Horecawet staat aangegeven dat de gemeenteraad één keer in de 4 jaren een P&H-plan moet vaststellen. In het plan worden de hoofdzaken aangegeven betreffende de preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren. In het plan komen de volgende onderwerpen aan de orde: De doelstellingen van het preventie- en handhavingsbeleid; De te nemen acties om alcoholgebruik onder met name jongeren te voorkomen; De wijze waarop het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en welke handhavingsacties worden ondernomen; Welke resultaten minimaal moeten worden gehaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel