Naar hoofdinhoud
1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accoun-tantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaam-heden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van het controleprotocol de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerk-zaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.

Rechtspraak bij dit artikel