Deze wet is in 2007 tot stand gekomen, waarin o.a. de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) is opgenomen. Voor wat de individuele voorzieningen binnen de Wmo betreft is, gelijktijdig met het invoeren van de compensatieplicht, de hulp bij het huishouden toegevoegd aan het gemeentelijk takenpakket.
De compensatieplicht legt de primaire verantwoordelijkheid bij de burger. Als er beperkingen worden ondervonden moet eerst zelf gezocht worden naar oplossingen. Dat kan in zijn naaste omgeving (familie, kennissen, buren), maar ook via informele zorg. Pas daarna komt de gemeente in beeld. Dit noemen we de kanteling.
Daartoe heeft de gemeente een verordening en uitvoeringsregels vastgesteld. In dat kader kunnen we hulp bieden om de volgende acht resultaten te behalen:
Een schoon en leefbaar huis
Wonen in een geschikt huis
Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding
Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren
Zich verplaatsen in en om de woning
Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.
Het Wmo-loket in het stadhuis is de plek waar de burger informatie kan krijgen over zowel de Wmo als alle overige inkomensondersteunende voorzieningen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.8
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Onderdeel van Minimabeleid Oldenzaal 2013 e.v.