Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.7

Consequenties minima

Onderdeel van Minimabeleid Oldenzaal 2013 e.v.

De komende jaren wordt door de Rijksoverheid fors bezuinigd. Ook mensen met een laag inkomen worden hierin niet ontzien. Ten eerste is er een tendens dat belangrijke delen van het rijksbeleid (jeugdbeleid, Wajong en dagbegeleiding AWBZ) worden overgedragen naar gemeenten. Op de tweede plaats gaat deze overheveling gepaard met aanzienlijke bezuinigingen op de over te dragen financiële middelen. Daarnaast krijgen veel huishoudens te maken met hogere zorgpremies, zorgpakketversoberingen, hogere eigen bijdragen en lagere toeslagen. En tot slot kunnen nieuwe uitvoeringsbepalingen grote financiële gevolgen gaan hebben voor bepaalde huishoudens. Ten gevolge hiervan krijgen bepaalde huishoudens te maken met behoorlijke inkomensdalingen. Deze treden vooral op bij huishoudens met lage inkomens die afhankelijk zijn van één of meerdere uitkeringen, die te maken hebben met meerdere problemen (langdurige werkloosheid of uitkeringsafhankelijkheid, problematische schulden, contact met politie en justitie, psychische problemen, ernstige gezondheidsproblemen) en bij werkende minima met kinderen die ook gebruik moeten maken van zorg- en welzijnsvoorzieningen. De verwachting is dat deze huishoudens hun gedrag gaan aanpassen; de gedragseffecten kunnen positief (betaald werk gaan verrichten, meer uren gaan werken, verminderen van zorgconsumptie) of negatief zijn (zwart werken, opzeggen kleine baantjes, het mijden van nodige zorg). Met het voorgestelde gemeentelijk minimabeleid proberen we de doelgroep voor zover dat mogelijk is te ondersteunen, zodat participatie mogelijk wordt of blijft, en het sociale beleid wordt vormgegeven. De gemeente is en blijft voor deze doelgroep toch vaak de laatste helpende en reddende instantie.

Rechtspraak bij dit artikel