In deze verordening wordt verstaan onder:
aansluitleiding:
de buisleiding voor de afvoer van water tussen het openbaar
riool en de perceelsafvoerleiding;
afvalwater:
het water afkomstig van een perceel, uitgezonderd
bronneringswater, hemelwater en drainagewater;
bronneringswater:
water aan de grond onttrokken voor tijdelijke verlaging van de
grondwaterstand;
drainagewater:
grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend
buizenstelsel;
gebruiker:
degene die krachtens zakelijk of persoonlijk recht gebruik maakt
van een perceel;
gemengd stelsel:
openbaar riool voor de afvoer van afvalwater en hemelwater;
gescheiden stelsel:
openbaar riool met afzonderlijke buizenstelsels voor de afvoer
van afvalwater en hemelwater;
hemelwater:
van neerslag afkomstig water;
lozingstoestel:
toestel waardoor afvalwater wordt afgevoerd naar de
perceelsafvoerleiding, zoals een put, wasbak of toiletpot;
openbaar riool:
buizenstelsel bij de gemeente in eigendom en beheer voor
inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en
drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende
rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van
overeenkomstige aard, met uitzondering van de
aansluitleidingen;
perceelsafvoerleiding:
binnen de grenzen van een perceel gelegen buisleidingenstelsel
voor de afvoer van water;
rechthebbende:
de eigenaar of zakelijk gerechtigde van een perceel, dan wel
diens rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel.