Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3:4:5

Verlichting

Onderdeel van Nadere regels A-evenementen gemeente Maasgouw 2016

1.. In de tent en de directe omgeving van de nooduitgangen aan de buitenkant van de tent moeten lichtpunten zijn aangebracht, aangesloten op een noodstroombron, die automatisch wordt ingeschakeld binnen 15 seconden na het uitvallen van de normale netspanning. De lichtsterkte van de noodverlichting moet zodanig zijn dat bij afwezigheid van voldoende daglicht (minimaal 10 lux), de tent voldoende helder (1 lux, gemeten op de vloer) verlicht kan worden om deze veilig te kunnen verlaten. 2.. Verlichtingsarmaturen moeten zo zijn aangebracht dat zij onder geen enkele omstandigheid met tentzeilen of andere brandbare materialen in aanraking kunnen komen of op een andere wijze aanleiding kunnen geven tot brand. 3.. Boven de nooduitgangen moet vluchtrouteaanduiding zijn aangebracht in overeenstemming met de NEN 6088 en NEN-EN1838. Deze vluchtrouteaanduiding moet, conform het eerste lid, worden uitgevoerd als transparantverlichting. De transparanten moeten zijn aangesloten op een noodstroomvoorziening en behoren gedurende de aanwezigheid van personen permanent te branden. 4.. De capaciteit van de noodstroombron moet voldoende zijn om de in het eerste en derde lid van dit artikel genoemde lichtpunten en transparanten bij spanningsuitval gedurende minstens 60 minuten op volle sterkte te laten branden.

Rechtspraak bij dit artikel