Een referendum kan niet worden gehouden over:
besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dringende dan onderstaande redenen zijn om geen referendum te houden;
besluiten over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen;
besluiten over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;
besluiten over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
besluiten in het kader van deze verordening;
besluiten inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan (verordeningen);
besluiten, als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet (onderzoek naar door het college gevoerd bestuur/enquête);
besluiten waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;
besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
besluiten ter uitvoering van een besluit van het rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft;
besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen;
bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en voorbereidingsbesluiten, met uitzondering van - naar het oordeel van de raad - de uitgangspunten van bestemmingsplannen.