Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:3

Algemeen verbod

Onderdeel van Nadere regels reclame gemeente Maasgouw

Als verboden reclame wordt in ieder geval aangemerkt: reclame in strijd met de Grondwet, een wet in formele zin, uitvoeringsregeling of andere algemeen verbindende voorschriften waaronder die deel uitmakend van een bestemmingsplan, beheersverordening of verordening van de provincie of het waterschap; reclame waarvan duidelijk is dat deze het bedoelde effect niet kan hebben; aanstootgevende en shockerende reclame; reclame waardoor de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht en/of ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt; reclame die overlast met zich brengt voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak; reclame-uitingen die niet in een goede staat van onderhoud verkeren; handelsreclame–uiting die is aangebracht op een voertuig dat enkel dient als middel om handelsreclame te maken en waarmee niet daadwerkelijk wordt gereden en in die hoedanigheid niet bijdraagt aan de bedrijfsvoering; Het aanbrengen van een reclame-uiting en/of de aanwezigheid daarvan schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; reclame die is bevestigd of anderszins aangebracht op of aan bomen, haltepalen, kunstwerken, parkeermeters, speeltoestellen, schakelkasten, transformatorhuisjes, bruggen, viaducten, verkeersborden, verwijsborden, verkeerslichten of op andere wijze nadelige invloed heeft op het gebruik of de staat van deze of andere voorzieningen van openbaar nut; reclame die fluorescerende kleuren bevat, knipperend is, roterende en mechanische bewegingen maakt, aangebracht is in de vorm van lichtreflexborden en, voor zover relevant, niet is aangebracht op of aan borden of constructies vervaardigd van deugdelijk, waaronder weerbestendig materiaal; handelsreclame aangebracht op door het college aangewezen aanplakborden zoals omschreven in artikel 2:35, vierde lid APV; reclame waardoor geen sprake is van een vrije doorloopbreedte van minimaal 1,2 meter bij een trottoir; reclame waarbij geen vrije hoogte is van minimaal 2,3 meter boven een trottoir/wegberm; reclame boven de rijbaan en aansluitende 0,5 m van trottoir/wegberm; reclame voor een openbare verkoop of een aanbieding ter verkoop, verhuur, of verpachting van een onroerende zaak in de gemeente, tenzij: er maximaal 1 bord wordt geplaatst; de maximale oppervlakte 0,5 m2bedraagt en de langste zijde korter dan 1 meter is; de reclame onverlicht is; reclame voor een seizoensgebonden product, tenzij: er maximaal 1 bord wordt geplaatst; de maximale oppervlakte 0,5 m2bedraagt en de langste zijde korter is dan 1 meter; de reclame onverlicht is; de reclame wordt gemaakt in dezelfde straat waaraan het verkooppunt is gelegen, op een maximale afstand van 300 meter van het verkooppunt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel