Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Artikel 1.1

Onderdeel van Parkeerverordening 2016

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; bewoner: degene die daadwerkelijk woonachtig is in de binnenstad of in de schilwijken, blijkens inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; houder van een motorvoertuig: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven, of degene die een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf of in dienst is van een bedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig, of degene die een contract heeft voor een auto op afroep met een erkend autoverhuurbedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; vergunninghouderparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/ofvergunninghouderparkeerplaatsen; abonnement: een vergunning voor het parkeren op door burgemeester en wethouders aan te wijzen parkeeraccommodaties; vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden; aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt; deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake autodate; autodateplaats: de parkeerplaats, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord met aanduiding “autodate” waar een motorvoertuig bestemd voor autodate krachtens vergunning mag worden geparkeerd. autodate-vergunning: een vergunning ten behoeve van autodate-auto´s; de binnenstad: het gebied binnen de gemeente Zwolle begrensd door de Stadsgracht, Schuttevaerhaven en Achtergracht; de schilwijken: het gebied binnen de gemeente Zwolle buiten de Stadsgracht, Schuttevaerhaven en Achtergracht voor zover deze vallen onder het in artikel 2 bepaalde aanwijzingsbesluit van burgemeester en wethouders; zelfstandige woning: een op zichzelf staand zelfstandig belastingobject in de zin van de onroerende zaakbelastingen in gebruik als woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel