Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, verlaat of het daar uitgeoefende beroep en/of bedrijf beëindigt;
wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het desbetreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen of wordt gewijzigd;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van een vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Intrekken of wijzigen van een vergunning
Onderdeel van Parkeerverordening 2016