Een ontheffing wordt in ieder geval geweigerd indien uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager niet kan voldoen aan een van de volgende voorschriften:
een knalapparaat wordt slechts ingezet voor de noodzakelijke verjaging van wild en/of gevogelte om schade aan gewassen te voorkomen dan wel te beperken;
een knalapparaat mag niet worden gebruikt als zich beschermde vogels of ander beschermd wild zich op het perceel bevindt;
het verjagen of verontrusten van vogels of wild dient overeenkomstig het bepaalde in en krachtens de Flora- en faunawet te gebeuren;
de knalapparatuur wordt niet gebruikt binnen:
een afstand van vijftig meter van de weg;
een afstand van tweehonderd meter van de bebouwde kom;
een afstand van tweehonderd meter van een geluidgevoelig object van derden; of
een afstand van tweehonderdvijftig meter van een stiltegebied;
de knalapparatuur wordt niet gebruikt tussen 21.00 uur en 07.00 uur;
de knalapparatuur wordt niet gebruikt in de periode van 1 oktober tot en met 31 maart, uitgezonderd de periode van 1 december tot en met 31 maart voor wat betreft het beschermen van schadegevoelige granen;
het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door een knalapparaat bedraagt niet meer dan vijftig dB(A) voor de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur en niet meer dan vijfenveertig dB(A) voor de periode tussen 19.00 uur en 21.00 uur, gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen van derden op een hoogte van anderhalve meter;
de knalfrequentie bedraagt maximaal tien knallen per uur tussen 07.00 uur en 21.00 uur;
binnen tweehonderdvijftig meter van een reeds geplaatst knalapparaat wordt geen ander knalapparaat opgesteld;
indien meerdere knalapparaten op minder dan driehonderd meter van een geluidsgevoelig object zijn opgesteld dan geldt voor de knalapparaten tezamen het maximum van tien knallen per uur;
de opgestelde apparatuur dient van de woonbebouwing af te zijn gericht;
de knalapparatuur dient op een zodanige wijze opgesteld en gebruikt te worden, dat geluidsoverlast voor derden zoveel mogelijk wordt voorkomen;
de knalapparatuur dient periodiek geïnspecteerd en onderhouden te worden ter voorkoming van het nodeloos in werking treden daarvan;
knalapparaten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar label, waarop de naam, adres, woonplaats en (mobiel) telefoonnummer van de gebruiker staan vermeld;
zowel tijdens de aanvraag als desgevraagd moet aangetoond of aannemelijk gemaakt kunnen worden, dat ook minimaal een andere verjagingsmethode is toegepast.
Artikel 1