Het hoofd van de uitvoeringsdienst neemt op een ingediend verzoek om kwijtschelding een beslissing overeenkomstig het in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en in het door de gemeenteraad vastgestelde Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen verwoorde beleid. In de beoordeling betrekt hij:
de in het verzoekformulier verstrekte gegevens;
de (eventueel) gevraagde aanvullende gegevens;
de gegevens die hem uit andere hoofde bekend zijn. In verband hiermee raadpleegt hij ook de eventueel over eerdere jaren ingediende verzoeken om kwijtschelding.
Bij de beoordeling van het verzoek zijn de gegevens en normen van belang, die gelden op het moment van indiening van het verzoek.