Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is:
De tegenprestatie is verbonden aan het hebben van een uitkering. De plicht tot tegenprestatie geldt zowel voor uitkeringsgerechtigden die bijstand om niet ontvangen als voor uitkeringsgerechtigden die de bijstand in de vorm van een geldlening ontvangen. Op de verplichting geldt een aantal wettelijke uitzonderingen.
Geen tegenprestatie wordt opgelegd aan:
a) Inwoners die enkel bijzondere bijstand ontvangen;
b) Alleenstaande ouders die op grond van artikel 9a Participatiewet op eigen verzoek een ontheffing van de arbeidsverplichting hebben, omdat zij de volledige zorg hebben voor een kind tot vijf jaar;
c) Uitkeringsgerechtigden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en op grond daarvan volledig zijn vrijgesteld van de arbeids- en re-integratieverplichting.
d) De uitkeringsgerechtigde die parttime werk verricht voor minimaal 20 uur per week, dan wel het naar vermogen maximaal haalbare aantal uren;
e) De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een re-integratietraject, waarmee op de korte of lange termijn wordt toegewerkt naar het kunnen gaan verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid;
f) De uitkeringsgerechtigde die vrijwilligerswerk voor minimaal 16 uur per week verricht;
g) De uitkeringsgerechtigde die mantelzorg voor minimaal 16 uur per week verricht;
h) Als er sprake is van multiproblematiek, dan wordt alleen een tegenprestatie opgelegd wanneer dit het plan van aanpak zoals opgesteld door de generalist, niet doorkruist.