**1..** Het is verboden zonder (omgevings)vergunning van het bevoegd gezag
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
**2..** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats,
indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht of het in strijd is met het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
indien het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.
**3..** Het bevoegd gezag weigert de vergunning bedoeld in het eerste lid, indien:
de uitweg strijdig is met een geldend bestemmingsplan;
een parkeerplaats/garage/carport op eigen terrein strijdig is met een geldend bestemmingsplan.
**4..** Het verbod in het eerste lid geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.
Hoofdstuk › Afdeling 5.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening 2016 (APV)