Het aanbod beschermd wonen is te verdelen in drie categorieën:
Beschermd wonen 1
Beschermd wonen 2
Beschermd wonen 3
Beschermd wonen 1: Oefenen en stimuleren
Stabiliseren situatie, uitstroomgericht
ADL: behoefte aan stimulatie en controle
Ondersteuning nodig op meerdere leefgebieden
Mobiliteit: geen problemen (over het algemeen)
Gedragsproblematiek kan aanwezig zijn
Deelname participatie en maatschappij in beperkte mate zelfstandig toe in staat
Sociale relaties zijn er, onderhouden van deze is moeilijk, wel mogelijk. Sociale relaties aangaan lukt met begeleiding
Psychiatrische problematiek staat niet op voorgrond, veelal passief van aard, is in principe onder controle
Bij simpele taken (waaronder voor zichzelf zorgen, eten, wassen, aankleden en naar het toilet gaan) geen ondersteuning nodig, bij complexe taken wel (waaronder schoonmaken en/of de zorg voor anderen).
Beschermd wonen 2: aanleren en oefenen
Ontwikkelingsgericht
ADL: vaak behoefte aan aansturing en hulp bij de persoonlijke verzorging. Kans op zelfverwaarlozing aanwezig
Ondersteuning nodig op meerdere, soms alle leefgebieden, beperkt (niet op alles) overname nodig.
Mobiliteit: minimale ondersteuning nodig, geen grote problemen
Gedragsproblematiek aanwezig
Deelname participatie en maatschappij beperkt zelfstandig toe in staat
Sociale relaties beperkt aanwezig, aangaan en onderhouden is moeilijk, soms niet mogelijk
Psychiatrische problematiek aanwezig. Varieert van passief naar actief (vaker actief). Met medicijnen onder controle te houden, indien van toepassing gecontroleerd middelengebruik
Naast psychiatrische problematiek mogelijk ook lichamelijke, somatische of verstandelijke beperking (die staat/staan niet op voorgrond)
Bij simpele taken ondersteuning nodig, bij complexe taken (mogelijk) ook overname nodig.
Beschermd wonen 3: overname en aanleren
Overname op groot deel van de leefgebieden noodzakelijk
ADL: overname van (een deel van de) en/of stimuleren van persoonlijke verzorging. Cliënten hebben intensieve ondersteuning nodig doordat zij ADL taken niet meer zelfstandig kunnen uitvoeren
Mobiliteit: Cliënten hebben meer of minder intensieve ondersteuning nodig in verband met klachten aan het bewegingsapparaat ten gevolge van langdurig middelengebruik of psychofarmaca.
Ernstige gedragsproblemen die voortdurend moeten worden gereguleerd
Is maatschappelijk geïsoleerd en/of heeft geen sociale vaardigheden en/of heeft gebrek aan motivatie om deel te nemen
Als familie en vrienden niet de vaardigheden en de mogelijkheden hebben om te helpen en dat cliënt nauwelijks contacten heeft buiten een eventuele foute vriendenkring
Actief of passief terugtrekken uit sociale relaties
Psychiatrische problematiek is actief aanwezig, bij tijd en wijle lastig onder controle te krijgen
Functioneren in een leefgroep is mogelijk onder voorwaarde dat er individuele begeleiding is
Middelengebruik is altijd een verzwarende factor.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Aanbod
Onderdeel van Beleidsregels beschermd wonen en opvang (centrum)gemeente Dordrecht 2016