Bij een besluit tot subsidieverlening worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
De subsidieontvanger en de invulling van het aanbod voldoen aan de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk (Wkkp) en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en aanverwante regelgeving moeten worden nageleefd.
De subsidieontvanger verwezenlijkt het aanbod met inachtneming van de onder artikel 3. gestelde criteria.
De subsidieontvanger verleent medewerking aan een (on)aangekondigde toetsing op kwaliteit.
De subsidieontvanger informeert het college over wijzigingen in aantallen peuters zoals genoemd in artikel 4, lid 1 tot en met 3, voor 31 maart, 30 juni en 30 september. De te hanteren peildata bij deze wijzigingen zijn: 15 maart, 15 juni en 15 september.
De subsidieontvanger informeert het College over wijzigingen ten aanzien van de wachtlijsten met betrekking tot het aantal reguliere peuters en VVE-peuters conform de termijnen genoemd in artikel 11, lid 5.
De subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere andere wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overlegd.
De subsidieontvanger draagt zorg voor de inzet van peuteropvang/VVE inzake ouders die de ouderlijke bijdrage (totaal) niet kunnen betalen.