Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Bekendmaking inspraak en termijn

Onderdeel van Algemene inspraakverordening

1.. In aanvulling op artikel 3:12, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht geeft het bestuursorgaan in de kennisgeving aan wanneer inspraak mogelijk is en, als er een bijeenkomst wordt georganiseerd, waar en wanneer deze plaatsvindt. De kennisgeving wordt in elk geval op de website geplaatst en wordt op een analoge wijze gepubliceerd. 2.. De termijn voor het naar voren brengen van schriftelijke zienswijzen bedraagt minimaal zes weken. Als ook een bijeenkomst wordt georganiseerd, wordt deze niet eerder dan twee weken na de kennisgeving en niet later dan twee weken vóór het einde van de inspraaktermijn gehouden. 3.. In spoedeisende gevallen kan het bestuursorgaan de termijn van inspraak verkorten tot minimaal vier weken. Als een bijeenkomst wordt georganiseerd, wordt deze in dat geval niet eerder dan één week na de kennisgeving en één week vóór het einde van de inspraaktermijn gehouden. 4.. De voor een beleidsvoornemen relevante stukken en gegevens worden gedurende de inspraakperiode op de website gezet en ter inzage gelegd. Als er gedurende de inspraakperiode stukken of gegevens verschijnen die ook van belang zijn, worden deze aan de ter inzage gelegde stukken toegevoegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel