Voordat met de exploitatie kan worden gestart moet de exploitant zich melden bij de gemeente. Hij moet vestigingsgegevens en andere gegevens die belangrijk zijn voor het toezicht of informatief zijn voor de burgers, schriftelijk verstrekken. Die informatieplicht en de te verstrekken gegevens zijn vastgelegd in Regeling Wet kinderopvang. De gemeente legt die informatie op haar beurt vast in een openbaar register.
Na inschrijving in het register geeft de gemeente de toezichthouder (i.c. de GGD Regio Twente) opdracht voor inspectie. Met de exploitatie mag gestart worden zodra de GGD vaststelt dat er, naar verwachting, sprake zal (kunnen) zijn van “verantwoorde” kinderopvang in de zin van de wet en de daarop gebaseerde beleidsregels. De exploitant moet het inspectierapport van de GGD in het bedrijf ter inzage leggen.
Na de 1e melding en inschrijving moet de exploitant wijzigingen in de verstrekte gegevens tijdig (direct) doorgeven opdat het register actueel blijft. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor een voorgenomen (her)opening na een verbouwing of voor een uitbreiding van het aantal groepen.
Aandachtspunten:
Om tijdig te kunnen beoordelen of er sprake zal/kan zijn van verantwoorde kinderopvang moet de melding uiterlijk 8 weken voor de voorgenomen opening plaatsvinden. Een late(re) melding betekent normaliter dat op de voorgenomen datum niet gestart kan worden. Een veel te vroege melding betekent echter vaak dat, door gebrek aan gegevens, er nog niet voldoende te onderzoeken valt.
na de (verplichte) melding geldt (nog) een startverbod totdat de GGD concludeert dat er redelijkerwijs sprake zal zijn van verantwoorde kinderopvang of, nadat 8 weken na melding zijn verstreken (eventueel op te leggen een verbod starten exploitatie, art.45 jo. 62 Wk of verbod voortzetten exploitatie: art. 66Wk.
het niet-melden is tevens een economisch delict, zie art. 75 Wk. en i.h.b. lid 2 en moet worden voorgelegd aan de Officier van justitie.
Zowel een te vroege melding als een noodzakelijke 2e of vervolginspectie moeten worden voorkomen omdat de meerkosten van die inspecties voor rekening van de gemeente zijn. Zelfs indien die extra inspecties veroorzaakt worden door de exploitant!
Inschrijving in het gemeentelijke register en het voldoen aan de kwaliteitseisen in het kader van de Wk. betekent nog niet dat daadwerkelijke exploitatie is toegestaan. Dit is mede afhankelijk van bijvoorbeeld toetsing aan het bestemmingsplan, de planologische inpassing, een bouwvergunning, een gebruiksvergunning of een vergunning van de Brandweer.
in sommige situaties kunnen, al dan niet gelijktijdig, meerdere handhavinginstrumenten worden ingezet dan wel samengaan met een boete.