Wanneer belanghebbende begonnen is met een traject in het kader van de Wet inburgering, kan dit worden aangemerkt als een bereidverklaring als bedoeld in artikel 18b, lid 6, onder a van de Participatiewet.
De voortgang die van belanghebbende verwacht mag worden bij het verwerven van vaardigheden in de Nederlandse taal gedurende het inburgeringstraject wordt tenminste iedere 6 maanden bewaakt door de consulent van de IASZ.
Hoofdstuk
Artikel 8
Relatie met Wet inburgering
Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis Bloemendaal 2016