Aan het terugbrengen van de betrekkingsomvang volgens één van de varianten zijn de volgende regels en voorwaarden verbonden:
de regeling geldt voor de 60 plusser gedurende 60% van de periode die ligt tussen de zelfgekozen datum van ingang bedoeld in artikel 2 van deze regeling en de voor hem geldende pensioengerechtigde leeftijd;
het college gaat uit van een leeftijd van 67 jaar in geval dat de pensioengerechtigde leeftijd van de 60 plusser nog niet definitief is bepaald;
voor de medewerker die gebruik maakt van de variant 80-90-100 bestaat gedurende de periode als bedoeld in onderdeel a van dit artikel één keer de mogelijkheid de variant 70-85-100 aan te vragen;
na afloop van de periode als bedoeld in onderdeel a van dit artikel valt de 60 plusser terug op het salaris en de pensioenopbouw gebaseerd op zijn teruggebrachte betrekkingsomvang;
na afloop van de periode als bedoeld in onderdeel a van dit artikel heeft de 60 plusser geen recht op urenuitbreiding;
de betrekkingsomvang wordt afgerond op hele uren en als ondergrens geldt een betrekkingsomvang van 20 uur per week;
werkgever en werknemer blijven ieder het eigen deel van de pensioenpremie betalen;
als de 60 plusser langer dan 12 maanden zijn arbeid niet kan verrichten als rechtstreeks en objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, daalt zijn salaris, zolang hij in dienst is en niet herplaatst met toepassing van artikel 7:16, tweede lid van de CAR-UWO, niet naar minder dan 70% van het salaris op basis van zijn betrekkingsomvang voordat hij deelnam aan deze regeling.