Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Nuenen c.a. 2016

1.. De raad stelt subsidieplafonds vast. Deze bepaling is ook van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 4:23 derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2.. Het college bepaalt bij subsidieregeling de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag. 3.. Het college is bevoegd uit de post incidentele subsidies, dat als onderdeel van het jaarlijks toe te kennen subsidiebudget in de begroting dient te worden opgenomen, incidentele aanvragen te honoreren, die: bedoeld zijn als zogenaamde waarderingssubsidies (lager dan € 500,00). Het betreft subsidies die te klein zijn om een formele procedure te rechtvaardigen, maar die gezien de aanvraaggronden toch voor toekenning in aanmerking komen; na de formele aanvraagtermijn zijn ingediend, de zogenaamde onvoorziene aanvragen; voorzien in noodgevallen. 4.. Het college is door de raad belast met het uitvoeren van deze verordening. 5.. De raad kan een subsidieplafond verlagen: als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 6.. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel