Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Nuenen c.a. 2016

1.. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne mark; als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet. 2.. Het eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing als: de aanvrager bij de indiening van de aanvraag aannemelijk maakt dat de subsidie niet wordt besteed aan die bezoldiging, of het betreft een aanvraag om een subsidie die lager is dan € 125.000 of een subsidie die minder dan 10 % van de totale omzet van de aanvrager bedraagt. 3.. Onverminderd de vorige leden weigert het college de subsidie in ieder geval voor zover de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 4.. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Nuenen of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente Nuenen of haar ingezetenen; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; als uit de bij de aanvraag ingediende begroting blijkt dat de aanvrager zelf in staat is een sluitende begroting tot stand te brengen tenzij het betreft een organisatie die geen eigen (reguliere) inkomsten heeft; als uit de financiële positie van de aanvrager (het vrij beschikbare eigen vermogen, de hoogte van de reserves en voorzieningen en het doel en noodzaak van deze reserves en voorzieningen) blijkt dat de subsidie niet noodzakelijk is voor de activiteiten waarvoor deze worden aangevraagd; als uit het meerjaren beleidsplan blijkt dat aanvrager geen maatregelen heeft genomen of zal nemen om inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht te brengen, door o.a. contributieverhoging, fondsverwerving, vrijwilligersinzet, verlaging van de accommodatiekosten en het aanwenden van eigen vermogen of anderszins; het vrij beschikbare eigen vermogen mag niet méér bedragen dan drie maal het aangevraagde subsidiebedrag; bij de bepaling van het vrij beschikbare vermogen worden noodzakelijke voorzieningen en noodzakelijke reserves buiten beschouwing gelaten; bovendien mag een deel van het vermogen worden ingezet om de begroting sluitend te maken; als de hoogte van te verlenen subsidie niet in redelijke verhouding staat tot het aantal deelnemers aan de activiteiten; indien de subsidie lager dan € 500 zou zijn; voor zover de aanvrager meer dan de maatschappelijke prijs betaalt voor het gebruik van de accommodatie. Bij subsidieregeling kan een referentieprijs worden vastgesteld. Afwijkingen boven de referentieprijs moeten worden verantwoord als zijnde noodzakelijk voor de eigen activiteiten. Deze worden niet gesubsidieerd; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 5.. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6.. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel