Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. . De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. . In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: rolstoelen; woningaanpassing(en) ten behoeve van een minderjarige cliënt. 4. . In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet wordt voor het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer per rit een tarief per zone (inclusief opstapzone) gehanteerd. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer voor Wmo-pashouders bedraagt € 1.70 voor de eerste zone. Voor iedere extra zone bedraagt de eigen bijdrage € 0.75. De genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2019. 5. . De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 6. . In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 7. . Voor de duur van de eigen bijdrage geldt dat wanneer een voorziening in eigendom verstrekt wordt de termijn conform de afschrijvingsperiode geldt. Gaat het om een huur, of leasevoorziening dan loopt de eigen bijdrage door zo lang als de voorziening wordt gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel