Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: College: Het college van burgemeester en wethouders; Leiding: een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen dan wel een kabel bestemd voor het transport van elektriciteit gelegen in, op of boven de grond of in civiele kunstwerken met daarbij behorende voorzieningen als mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten en dergelijke, echter met uitzondering van bovengrondse hoogspanningskabels, gemeentelijke rioolbuizen en trafohuisjes; Openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, niet zijnde een gebouw; Openbaar water: water dat voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk is; Civiel kunstwerk: voor de geleiding van een leiding aangebrachte infrastructuur, zoals leidingentunnels en leidingenviaducten; Leidingexploitant: degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding aangelegd, beheerd, geëxploiteerd of verwijderd wordt; Ondergrondse obstakels: materialen, objecten en stoffen in de bodem die de staat van de aan te leggen of aangelegde leiding nadelig kunnen beïnvloeden;

Rechtspraak bij dit artikel