Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Beleidsregels handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen regio Twente

Voor de leesbaarheid hebben we hieronder de meest voorkomende begrippen omschreven. Voor zover deze begrippen ook zijn omschreven in de Wkkp of de Beleidsregels kwaliteit, hebben we hier slechts de omschrijving herhaald. Indien omschrijvingen in de Wkkp of het Beleid kwaliteit gedurende de looptijd van onderhavig beleid wijzigen, dient de omschrijving van de Wkkp respectievelijk het Beleid kwaliteit te worden aangehouden. basisgroep een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte; bemiddelingsmedewerker de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e Beleidsregels kwaliteit; beroepskracht de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum en is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen; of de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een gastouderbureau en is belast met het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang; beroepskracht in opleiding degene die de beroepsbegeleidende leerweg volgt, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, en ten behoeve van beroepspraktijkvorming is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen bij een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang; buitenschoolse opvang kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties; dagopvang kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen; gastouder de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van natuurlijke personen van wie een of meer kinderen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gronden onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254, onderscheidenlijk artikel 255, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en met uitzondering van de persoon die op hetzelfde woonadres als de ouder of diens partner staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; gastouderbureau een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt; gastouderopvang kinderopvang: a. die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau; b. die plaatsvindt in een gezinssituatie door een ander dan degene die als ouder op grond van artikel 1.5, eerste lid, Wet kinderopvang aanspraak kan maken op een kinderopvangtoeslag onderscheidenlijk een tegemoetkoming of diens partner; c. waarbij de houder in totaal niet meer dan één voorziening voor gastouderopvang exploiteert 2 Dit vereiste staat nog in de Wkkp, maar zal worden geschrapt. d. waarbij de opvang plaatsvindt op het woonadres van de gastouder of op het woonadres van een van de ouders; en e. bestaande uit de gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen, waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de gastouder of zijn partner, die in belangrijke mate wordt onderhouden door de gastouder of zijn partner en op hetzelfde woonadres als de gastouder staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en de leeftijd van tien jaar nog niet heeft bereikt. Met een bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn wordt gelijkgesteld een pleegkind dat de leeftijd van tien jaar nog niet heeft bereikt; houder de rechtspersoon of natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau exploiteert of degene die een peuterspeelzaal in stand houdt; kindercentrum een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; kinderopvang het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; ouder de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang of het peuterspeelzaalwerk betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing blijft; oudercommissie de commissie, bedoeld in artikel 58 Wet kinderopvang; peuterspeelzaal: voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een kindercentrum; peuterspeelzaalwerk de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; risico-inventarisatie de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 1.51 en 2.9 van de Wet kinderopvang; stamgroep een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte; stamgroepruimte de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn; toezichthouder De directeur van de GGD die door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen als toezichthouder vrijwilliger in de kinderopvang degene die structureel al dan niet tegen een vrijwilligersvergoeding op regelmatige, niet incidentele, basis werkzaam is in de kinderopvang en is belast met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen; vrijwilliger in het peuterspeelzaalwerk degene die structureel al dan niet tegen een vrijwilligersvergoeding op regelmatige, niet incidentele, basis werkzaam is bij een peuterspeelzaal en is belast met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en die niet voldoet aan de opleidingseisen, als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, Wkkp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel