**1..** Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan die welke in
de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking
te stellen.
**2..** Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:
een (motor)voertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
van het parkeren in werking wordt gesteld.
een (motor)voertuig geparkeerd te houden indien de
parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
verstreken.
**3..** Het in lid 2 vervatte verbod geldt niet wanneer aan de eigenaar of
houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het
parkeren op de betreffende parkeerapparatuurplaatsen, het
motorvoertuig is voorzien van een vergunningdrager en niet gehandeld
wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
Afdeling III
Artikel 23
Verbodsbepaling gebruik parkeerapparatuurplaats en -apparatuur
Onderdeel van Parkeerverordening Breda 2013