Naar hoofdinhoud
1.. Een lid van het algemeen bestuur is gehouden aan de raad die dit lid heeft aangewezen, de door een of meerdere leden van die raad gevraagde inlichtingen te verstrekken. 2.. Het verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ter kennis gebracht van het door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur. 3.. De verlangde inlichtingen worden, zo mogelijk binnen veertien dagen, schriftelijk aan de raad verstrekt. 4.. Indien bij het lid van het algemeen bestuur tegen het verstrekken van de verlangde inlichtingen overwegend bezwaar bestaat, wordt daarvan met redenen omkleed mededeling gedaan overeenkomstig het bepaalde in het derde lid. 5.. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die dit lid heeft aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 6.. De raad kan dit lid uitnodigen in zijn vergadering te verschijnen teneinde deze verantwoording af te leggen. 7.. De raad van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit.

Rechtspraak bij dit artikel