**1..** Elke deelnemer heeft het recht tot uittreding uit de regeling. Zijn daartoe strekkend besluit wordt, binnen een maand nadat het genomen is, aan het algemeen bestuur ter kennisneming toegezonden.
**2..** De uittreding heeft plaats aan het einde van het jaar, drie jaar nadat het besluit is genomen en gedeputeerde staten daaraan goedkeuring hebben gehecht.
**3..** Het algemeen bestuur bepaalt of en zo ja in hoeverre en over hoeveel jaren de betrokken deelnemer tot een bijdrage gehouden is in de kosten van rente en afschrijvingen op de tijdens zijn deelneming aangevangen, al dan niet voltooide investeringen en in de kosten van onderhoud en exploitatie van de uit deze investeringen bekostigde werken. Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de bijdrage en kan de uittredende deelnemer toestaan de betaling hiervan over een aantal jaren te verdelen. Bij de vaststelling van de bijdrage zal geen rekening worden gehouden met investeringen en met kosten van onderhoud en exploitatie van de uit deze investeringen bekostigde werken, welke gedaan, respectievelijk gemaakt zijn gedurende de periode tussen de toezending van het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur en het tijdstip van uittreding.
**4..** Indien door de uittreding kosten ontstaan als gevolg van niet nakoming van contractuele verplichtingen van het lichaam, kunnen deze kosten volledig worden doorberekend aan de uittredende gemeente.
**5..** Voorzover aan de nazorg van een verwerkingsinrichting of stortplaats zodanige lasten ontstaan, dat zij niet kunnen worden bekostigd uit de opgebouwde reserve, kan ten laste van de uittredende gemeente een naar billijkheid te bepalen bijdrage worden gevraagd, waarvan de hoogte wordt vastgesteld naar de mate van het afvalaanbod en de termijn waarop de gemeente van de regeling deel heeft uitgemaakt.
Artikel Uittreding
Artikel Uittreding
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING 2002 SAMENWERKINGSVERBAND AFVALBEHEER REGIO CENTRAAL GRONINGEN