**1..** Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting
als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende
nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt
vastgesteld op:
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken
tot arbeidsinschakeling;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband
houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van
bijstand;
40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken
tot vermindering van de bijstand;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij
het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die
strekken tot beëindiging van de bijstand.
**2..** De bijstand wordt verlaagd met 20 procent van de uitkeringsnorm
gedurende één maand als een belanghebbende voor de eerste keer niet
verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel
18b van de wet.
**3..** De bijstand wordt verlaagd met 40 procent van de uitkeringsnorm
gedurende één maand als een belanghebbende voor de tweede keer niet
verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel
18b van de wet.
**4..** De bijstand wordt verlaagd met 100 procent van de uitkeringsnorm
gedurende één maand als een belanghebbende voor de derde keer of
vaker niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen
in artikel 18b van de wet.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatieweg IOAW en IOAZ Olst-WIjhe 2016