Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14.

Niet nakomen van overige verplichtingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatieweg IOAW en IOAZ Olst-WIjhe 2016

1.. Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand. 2.. De bijstand wordt verlaagd met 20 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de eerste keer niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de wet. 3.. De bijstand wordt verlaagd met 40 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de tweede keer niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de wet. 4.. De bijstand wordt verlaagd met 100 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de derde keer of vaker niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel