**1..** Recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene
die:
recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen 15 tot en met 21 van de
Werkloosheidswet en
werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van
artikel 8:4, 8:5, 8:6 of 8:8, met inachtneming van het
derde lid.
**2..** Eveneens recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene
die door het college op basis van artikel 10a:9 derde lid een
gemeentelijke werkloosheidsuitkering is toegekend.
**3..** In afwijking van het eerste lid biedt ontslag op basis van
artikel 8:6 slechts aanspraken op een aansluitende uitkering
indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid die artikel 8:6,
derde lid, laatste volzin biedt.
**4..** Het recht op de aansluitende uitkering ontstaat op de eerste dag
van de werkloosheid, waarbij de aansluitende uitkering ingaat
zodra de geldende uitkeringsduur van de loongerelateerde
uitkering krachtens de Werkloosheidswet is verstreken.
**5..** Voor degene op wie artikel 10a:5a van toepassing is, ontstaat
het recht op de aansluitende uitkering op de eerste
werkloosheidsdag, waarbij de aansluitende uitkering ingaat zodra
de geldende uitkeringsduur van de verlengde uitkering is
verstreken.
**6..** Voor degene op wie artikel 130h, eerste lid, van de Werkloosheidswet
van toepassing is, ontstaat het recht op de aansluitende
uitkering op de eerste werkloosheidsdag, waarbij de aansluitende
uitkering ingaat zodra de geldende uitkeringsduur van uitkering
krachtens de Werkloosheidswet is verstreken.
**7..** Het recht op een aansluitende uitkering komt niet tot
uitbetaling indien en voor zolang de betrokkene ter zake van
eenzelfde ontslag recht heeft op suppletie, als bedoeld in
hoofdstuk 11a van de CAR.
**8..** De betrokkene, die terzake van een ontslag wegens ongeschiktheid
tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in
artikel 8:5 recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een
aansluitende uitkering, berekend naar de duur, als bepaald in
artikel 10a:16, derde lid, op het moment dat de mate van
arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld
dan 80% en hij om die reden recht heeft op een uitkering
krachtens de Werkloosheidswet.
**9..** Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in het achtste lid, is
ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen, wordt het recht op
de aansluitende uitkering toegerekend aan de dienstbetrekking
ter zake waarvan hij betrokkene is, naar rato van de feitelijk
genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
dienstbetrekkingen.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 3
Artikel 10a:15
Voorwaarden voor recht op uitkering / samenloop met suppletie
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaarden en Uitwerkingsovereenkomst