**1..** De aanstelling geschiedt voor bepaalde of onbepaalde tijd.
**2..** Vanaf de dag dat een reeks van twee of drie aanstellingen voor
bepaalde tijd, die elkaar opvolgen met tussenpozen van ten hoogste 6
maanden, een periode van 24 maanden overschrijdt (de tussenpozen
inbegrepen), geldt de laatste aanstelling met ingang van die dag als
een aanstelling voor onbepaalde tijd.
**3..** Vanaf de dag dat meer dan drie aanstellingen voor bepaalde tijd
elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden,
geldt de laatste aanstelling als een aanstelling voor onbepaalde
tijd.
**4..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende
aanstellingen en arbeidsovereenkomsten tussen een ambtenaar en
verschillende werkgevers, die, ongeacht of inzicht bestaat in de
hoedanigheid of geschiktheid van de ambtenaar, ten aanzien van de
verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars
opvolger te zijn.
**5..** Voor de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt,
geldt de aanstelling als aanstelling voor onbepaalde tijd vanaf de
dag waarop:
de aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen
van niet meer dan zes maanden hebben opgevolgd en een
periode van 48 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben
overschreden;
meer dan zes aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar
hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes
maanden.
**6..** Voor de vaststelling of de bedoelde periode of het aantal opvolgende
aanstellingen is overschreden, worden alleen de aanstellingen in
tijdelijke dienst in aanmerking genomen die zijn aangegaan na het
bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:4
Duur van de aanstelling
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaarden en Uitwerkingsovereenkomst