Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder levenspartner verstaan:
een persoon met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en - met het
oogmerk duurzaam samen te leven - een
gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een
schriftelijke verklaring, ingericht volgens door het college nader te
stellen regels. Tegelijkertijd kan slechts eén persoon als levenspartner
worden aangemerkt.
briefnummer: CvA/2004001009
Hoofdstuk 21
Artikel 21:1:1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaarden en Uitwerkingsovereenkomst