**1..** De ambtenaar die geboren is na 31 december 1949heeft recht op een
levensloopbijdrage ten bedrage van 1,5% van het voor hem in een
kalenderjaar geldende salaris op jaarbasis. De bijdrage bedraagt bij
een volledig dienstverband minimaal € 400. Bij een deeltijd
betrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De
levensloopbijdrage wordt tevens uitgekeerd aan ambtenaren die zijn
geboren voor of op 31 december 1949 en die geen recht hebben op een
uitkering zoals bedoeld in hoofdstuk 5a.
**2..** In afwijking van het eerste lid is de levensloopbijdrage 2,5% indien
en voor zolang hoofdstuk 9a op de ambtenaar van toepassing is.
**3..** De levensloopbijdrage bedoeld in het tweede lid wordt gedurende
maximaal 20 jaar verstrekt. Hierna ontvangt de ambtenaarde
levensloopbijdrage bedoeld in het eerste lid. De levensloopbijdrage
van 2,5% kan na 20 jaar voortgezet worden, indien artikel 9a:9,
eerste lid, onderdeel b, van toepassing is.
**4..** De levensloopbijdrage wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand
december betaald.
**5..** Bij indiensttreding vanaf 1 augustus van een kalenderjaar bouwt de
ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een levensloopbijdrage
op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling van de
levensloopbijdrage plaats over het gedeelte van het kalenderjaar dat
de ambtenaar in dienstverband werkzaam is geweest.
**6..** De levensloopbijdrage behoort tot het percentage, bedoeld in het
eerste lid, tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel
3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de Stichting
Pensioenfonds ABP.
Hoofdstuk 6a
Artikel 6a:7
Levensloopbijdrage
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaarden en Uitwerkingsovereenkomst