**1..** De ambtenaar op wie paragraaf 3 van hoofdstuk 9b van toepassing is,
heeft recht op een levensloopbijdrage van de gemeente.
**2..** De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens
functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 55, 56, 57, 58 of 59
jaar zodanig, dat hij bij het bereiken van de datum, bedoeld in
artikel 9b:35, eerste lid, en uitgaande van het bereiken van 20
dienstjaren of meer op dat moment, een tegoed heeft overeenkomend
met 210% van zijn bezoldiging als bedoeld in artikel 9b:2. Hierbij
is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto
spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats binnen een
half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het
onbezoldigd volledig verlof.
**3..** De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens
functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 60 jaar zodanig, dat
hij bij het bereiken van de datum van ingang van het onbezoldigd
volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, tweede lid, en uitgaande
van het bereiken van 20 dienstjaren of meer, een tegoed heeft
overeenkomend met 140% van zijn bezoldiging als bedoeld in artikel
9b:2. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het
netto spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats
binnen een half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het
onbezoldigd volledig verlof.
**4..** In het tweede lid wordt onder dienstjaren verstaan het aantal jaren
bedoeld in artikel 9b:2, onderdeel c of d, tot de leeftijd van 59
jaar.
**5..** In het derde lid wordt onder dienstjaren verstaan het aantal jaren
bedoeld in artikel 9b:2, onderdeel c of d, tot de leeftijd van 60
jaar.
**6..** Voorwaarde voor de in het tweede en derde lid genoemde garantie van
210% respectievelijk 140% is dat de ambtenaar het LOGA-pad
volgt.
**7..** Wanneer op 59-jarige leeftijd respectievelijk 60-jarige leeftijd nog
geen 20 dienstjaren zijn bereikt, voorziet de levensloopbijdrage in
een tegoed naar rato van het aantal dienstjaren, dat op 59-jarige
leeftijd respectievelijk 60-jarige leeftijd is bereikt.
**8..** De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen,
bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, sub g van het pensioenreglement
van de Stichting Pensioenfonds ABP.
**9..** De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in
artikel 3:1.
**10..** De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in
artikel 9b:2.
Hoofdstuk 9e
Artikel 9e:9
Levensloopbijdrage voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaarden en Uitwerkingsovereenkomst