1.De volgorde waarin woningzoekenden, niet zijnde houders van een
urgentieverklaring, die behoren tot één van de in artikel 2.4.6,
tweede lid, aanhef en onder a tot en met d, bedoelde groepen of tot
één van de in artikel 2.4.6a, tweede lid aanhef en onder a tot en
met i bedoelde groepen, in aanmerking komen voor een
huisvestingsvergunning, wordt bepaald aan de hand van een in de
volgende leden beschreven rangordecriterium.
2.De volgende rangordecriteria kunnen worden toegepast:
a.Inschrijfduur. De woningzoekende met de langste inschrijfduur komt
als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning.
b.Loting. Bij loting wordt door de corporatie op elektronische of
andere geschikte wijze bepaald in welke volgorde de aan de loting
deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in
aanmerking komen. Daarbij heeft elk deelnemende woningzoekende een
gelijke kans op elke plek in de totale rangorde.
3.Per kalenderjaar wordt in de gehele woningmarktregio op ten
hoogste 15 % en per gemeente op ten hoogste 20 % van door
corporaties te huur aangeboden woonruimten het rangordecriterium
loting toegepast.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.4.8
Volgorde van de overige woningzoekenden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Diemen 2016